Draad en kabel
Kwalitatieve installatiekabel en installatiedraad voor elektra, verlichting en CV. Van NYM en YMVK tot stuurstroomdraad, alles op voorraad voor de installateur die snel wil doorwerken.
Resultaat 25–36 van de 89 resultaten wordt getoond
Installatiekabel en -draad voor elke toepassing
Draad en kabel vormen de ruggengraat van iedere elektrotechnische installatie. Of je een nieuwbouwwoning bekabelt, een renovatieproject uitvoert of een industrieel object aansluit: de juiste kabelkeuze bepaalt de veiligheid, de levensduur en de toekomstbestendigheid van de bekabeling. In dit assortiment vind je installatiekabel, installatiedraad en aanverwante materialen voor laagspanning, stuurstroom, verlichting en meer. Alles op voorraad voor snelle levering.
Gangbare kabeltypen voor installateurs
De meest gebruikte kabeltypen in de dagelijkse installatiepraktijk:
- NYM-kabel (NYM-J): De standaard mantelkabel voor vaste binneninstallaties in droge en vochtige ruimtes. Leverbaar in 2, 3, 4 en 5 aders, in secties van 1,5 mm² tot 10 mm².
- YMVK-kabel: PVC-grondkabel voor buiteninstallaties en grondaanleg. Bestand tegen mechanische belasting, vocht en UV-straling.
- H07V-K stuurstroomdraad: Flexibele ader voor bedrading in schakelkasten en aansluitdozen. Beschikbaar in meerdere kleuren en secties voor overzichtelijke bedrading.
- VD-draad (H07V-U): Massieve ader voor lichte lamp- en stopcontactcircuits. Eenvoudig door installatiebuizen te trekken.
- LIYY stuurkabel: Afgeschermde meerdraadskabel voor signaal- en dataoverdracht in schakelinstallaties en industriële omgevingen.
- CYKY / YSLY stuurkabel: Flexibele kabel voor bewegende toepassingen, machineaansluitingen en transportinstallaties.
Onzeker over het juiste type? Kijk naar vier factoren: de installatieomgeving (binnen, buiten, grond of leidingwerk), de netspanning (230 V of SELV), de flexibiliteitseisen (vast of bewegend) en de mechanische belasting. Op basis hiervan selecteer je het juiste kabeltype en de juiste aderdiameter.
Aderdiameter en stroombelastbaarheid
De aderdiameter in mm² bepaalt hoeveel stroom een kabel veilig kan voeren. Te dun kabel geeft warmteontwikkeling en spanningsval; te dik kabel is onnodig duur en minder handzaam. Gebruik onderstaande richtlijn als vertrekpunt (definitieve dimensionering conform NEN 1010):
- 1,5 mm²: verlichtingscircuits, laagbelaste stopcontacten en signaalkringen (tot 16 A)
- 2,5 mm²: standaard stopcontacten, koelkast en vaatwasser op gedeelde groep
- 4 mm²: kookplaat, inductie en boiler op eigen groep
- 6 mm²: elektrische douche en laadpaal bij korte kabellengten
- 10 mm² en hoger: hoofdkabels, zware industriële aansluitingen en laadpalen op grotere afstand
Bij kabellengten van meer dan 20 tot 25 meter is het verstandig de spanningsval te berekenen. Meer dan 3% spanningsval over de leiding is conform NEN 1010 niet toegestaan. Kies in dat geval een sectie hoger om de val te compenseren. Dit speelt met name bij laadpunten voor elektrisch rijden op grotere afstand van de meterkast.
Kabelgoot en installatiebuizen
Draad en kabel vragen om de juiste bescherming en ordening. Kabelgoot en installatiebuizen zorgen voor een nette lay-out, beschermen de kabel tegen beschadiging en maken toekomstige aanpassingen eenvoudiger.
Kabelgoot: wanneer en welk type?
Kabelgoot gebruik je wanneer ingraving of frezen niet mogelijk of wenselijk is. Typische toepassingen: langs plafonds en vloerlijsten in kantoren of winkels, in technische ruimtes voor overzichtelijke kabelorganisatie, en op buitengevel voor zichtbare kabelroutes. PVC-kabelgoot is licht en makkelijk te zagen. Aluminium kabelgoot biedt meer stevigheid en een strakker uiterlijk voor representatieve ruimtes en buiteninstallaties.
Kies de breedte op basis van het huidige aantal kabels plus minimaal 20% ruimte voor latere doorvoer. Een te volle kabelgoot is moeilijker te sluiten en kan bij warmteontwikkeling problemen geven.
Installatiebuis voor verborgen aanleg
Voor bekabeling in wanden, vloeren of plafonds gebruik je een installatiebuis of ribbelslang. Door het kabel door een buis te trekken, kun je het later zonder breekwerk vervangen. Gebruik een ribbelslang voor snelle verwerking op gebogen tracés, of een starre PVC-buis voor rechte kabelpaden in betonwerk. Trek altijd een staaldraad mee voor toekomstige kabelwisseling.
Veelgestelde vragen over draad en kabel
Wat is het verschil tussen NYM-J en NYM-O?
Bij NYM-J is de groengele aarde-ader aanwezig (J staat voor aarding). NYM-O heeft geen aarde-ader en wordt alleen gebruikt in specifieke situaties, zoals bij dubbel geïsoleerde apparatuur zonder aardingsverplichting. In Nederland is NYM-J de standaard voor geaarde woon- en utiliteitsinstallaties.
Hoeveel meter kabel heb ik nodig voor een woning?
Als vuistregel reken je voor een woning van 100 tot 120 m² op 300 tot 500 meter NYM 3×1,5 mm² voor verlichting en 300 tot 500 meter NYM 3×2,5 mm² voor stopcontacten. Tel er 10 tot 15% bij voor lussen bij aansluitdozen, fouten en toekomstige uitbreiding. Een berekening op basis van het definitieve groepenschema geeft altijd de nauwkeurigste hoeveelheid.
Mag ik NYM-kabel in de grond leggen?
Nee. NYM-kabel is niet bestand tegen de mechanische belasting en vochtcondities van grondaanleg. Gebruik voor grondaanleg altijd YMVK-kabel, of YMVK-mb voor extra bescherming met stalen bewapening. YMVK is vochtbestendig, UV-bestendig en bestand tegen compressie in de grond.
Mogen 230 V-kabels en SELV-kabels in dezelfde kabelgoot?
Alleen als de kabelgoot een vaste scheidingswand heeft tussen de twee compartimenten. SELV-circuits (12 V of 24 V voor ledstrips, deurcommunicatie of beveiliging) mogen conform NEN 1010 niet ongescheiden naast 230 V-kabels liggen. Gebruik een kabelgoot met tussenschot of leg aparte goten naast elkaar.
Welke kabel gebruik ik voor een laadpaal thuis?
Voor een thuislaadpaal van 7,4 kW (enkelfasig, 32 A) gebruik je NYM 3×6 mm². Voor een driefasige laadpaal van 11 kW (16 A per fase) kies je NYM 5×2,5 mm² of 5×4 mm², afhankelijk van de kabellengte. Bij meer dan 20 meter afstand van de groepenkast is 5×6 mm² aan te raden om de spanningsval binnen de norm te houden. Controleer altijd de specificaties van de laadpaal en de eisen van de netbeheerder.













